De uiteinden van het bot zijn bedekt met een gladde zachte kraakbeenlaag. Normaal kraakbeen staat frictievrije bewegingen toe. Het resterende oppervlak is bedekt door een dunne gladde laag genaamd het gewrichtsslijmvlies, of synovium. Dit synovium produceert een vloeistof dat werkt als smeermiddel wat wrijving en slijtage in het gewricht vermindert.
Veel voorkomende oorzaken van gewrichtspijn
Een van de meest voorkomende oorzaken van gewrichtspijn is artrose. De meest voorkomende types van artrose zijn:
- Osteoartrose (OA) - ook wel degeneratieve artrose genoemd omdat deze aandoening slijtage veroorzaakt van het gewrichtskraakbeen. Als kraakbeen versleten is, bewegen de botuiteinden tegen elkaar, wat pijn en stijfheid veroorzaakt. OA vind meestal plaats bij mensen boven de 50 jaar en veelal bij mensen waar osteoartrose in de familie zit.
Versleten knie, vooraanzicht:

- Reumatoïde Artritis (RA) - veroorzaakt chemische veranderingen in het synovium waardoor het verdikt en ontstoken raakt. Als gevolg daarvan zal het synoviale vocht het kraakbeen aantasten. Het eindresultaat is verlies van kraakbeen, pijn en stijfheid. RA komt 3x vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en kan andere organen in het lichaam aantasten.
- Reumatoïde Artritis (RA) - veroorzaakt chemische veranderingen in het synovium waardoor het verdikt en ontstoken raakt. Als gevolg daarvan zal het synoviale vocht het kraakbeen aantasten. Het eindresultaat is verlies van kraakbeen, pijn en stijfheid. RA komt 3x vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en kan andere organen in het lichaam aantasten.
- Posttraumatische Artritis kan zich ontwikkelen als gevolg van een trauma aan het gewricht waardoor bot en kraakbeen niet goed herstellen. Het gewricht is niet meer glad en onregelmatigheden leiden tot meer slijtage van het gewrichtsoppervlak.
- Avasculaire Necrose - kan ontstaan wanneer er geen bloedtoevoer meer is naar het bot. Bij een gebrekkige doorbloeding wordt de botstructuur zwak waardoor het bot kan instorten en het kraakbeen beschadigd raakt. Deze aandoening komt vaak voor bij lange behandelingen met corticosteroïden of na orgaantransplantatie.
|
|
|
|