spacer
Gewrichtsvervanging
Knie
  
 
Gewrichtsvervanging
Heup   
Knie   
Schouder   
Minimaal Invasieve Chirurgie   
Veel Gestelde Vragen
Vraag uw arts
Informatie die u arts nodig heeft
Over ons


Home >> Gewrichtsvervanging >> Knie >> Knievervanging



Knievervanging

Wat is een knievervanging?

Bij een knievervangende operatie wordt het kniegewricht vervangen door een prothese van metaal en/of kunststof. Het onderste uiteinde van het dijbeen (femur) en de bovenkant van het scheenbeen (tibia) worden verwijderd middels een verticale snee over de voorkant van de knie. De boteinden worden vervangen door een metalen prothesecomponent aan de onderkant van het dijbeen en een kunststof/metalen component aan de bovenkant van het scheenbeen.        

    

In sommige gevallen wordt ook de achterkant van de knieschijf vervangen en voorzien van een kunstsof laagje.

Na de operatie zou de knie weer soepel moeten functioneren. Uw chirurg stelt deze operatie voor als hij van mening is dat de symptomen niet langer bestreden kunnen worden met niet-operatieve middelen, zoals pijnstillers.

De ingreep duurt ongeveer een uur en de patiënt blijft gewoonlijk 5-10 dagen in het ziekenhuis. Bij de operatie wordt de knie opengemaakt door een verticale snede van ongeveer 20 à 25 cm over de voorkant van de knie. Er wordt deels gebruikgemaakt van hechtingen die vanzelf oplossen en/of clips. De andere hechtingen worden twee weken na de ingreep verwijderd.

Het moment van ontslag uit het ziekenhuis is in hoge mate afhankelijk van de thuissituatie: als u in een huis woont met de badkamer en slaapkamer op de begane grond mag u eerder naar huis dan iemand die ergens woont waar hij veel trappen moet lopen. Ook mensen die thuis op verzorging kunnen rekenen zullen eerder uit het ziekenhuis worden ontslagen dan degenen die er alleen voor staan.

Over het algemeen kan men na een periode van 3 maanden weer aan het werk, maar de meeste mensen pakken hun werkzaamheden eerder op, vooral als ze een zittend beroep uitoefenen. 8 weken na de ingreep mag de patiënt weer autorijden. De meeste mensen kunnen een week of twee na de ingreep alweer traplopen.

       


U revalideert onder begeleiding van een fysiotherapeut. Hij helpt u weer mobiel te worden en geeft u oefeningen om de knie weer soepel te laten bewegen. Als de knie erg stijf is, blijft u nog enkele weken na de ingreep onder behandeling van de fysiotherapeut.

Elke operatie houdt enig risico in en een knieoperatie is daarop geen uitzondering. Voordat de ingreep plaatsvindt, dienen patiënten en familieleden zich bewust te zijn van deze risico’s. Bij een knievervangende operatie kunnen de volgende complicaties optreden:

  • Problemen met de urinewegen en de eventuele noodzaak een urinekatheter te plaatsen
  • Ontstekingen in de borstholte
  • Constipatie
  • Maag- of darmzweren
  • Verwarring of zelfs psychose
  • Misselijkheid en overgeven
  • Onvoldoende pijnverlichting
  • Vertraagde genezing van de wond

Ernstige complicaties die zelden voorkomen zijn:

  • Diepveneuze trombose en longembolie (bloedstolsels in het been en in de longen)
  • Hartaanvallen, beroertes
  • Postoperatieve gewrichtsontsteking
  • Beschadiging van zenuwen en/of bloedvaten
  • Botbreuk
  • De symptomen zijn niet verbeterd of zelfs verergerd

Wanneer komt u in aanmerking voor een knieprothese?

In het jaar 2000 zijn er wereldwijd 1,6 miljoen knievervangende operaties uitgevoerd, waarbij de meeste patiënten een indicatie van artrose hadden. Naar schatting lijden er wereldwijd 500 miljoen mensen (1 op 6) aan artrose. (Dorland’s Biomedical, The Worldwide Orthopedic Market, 2001)

De orthopeed zal willen weten of u baat zult hebben bij de operatie. De belangrijkste vragen die de orthopeed u zal stellen zijn:

  • Hoe ernstig is de pijn?
  • Houdt de pijn u ’s nachts uit uw slaap?
  • Hoe ver kunt u lopen?
  • Wat verwacht u van de operatie?
  • Bent u fit genoeg om narcose kunnen ondergaan of omgekeerd, bent u wel oud genoeg voor een knieprothese?
  • Welke andere middelen heeft u geprobeerd om uw symptomen te bestrijden?

Bij lichte pijnklachten, als u een actief leven kunt leiden zonder hinder van uw knie te ondervinden of als u nog geen simpelere middelen heeft geprobeerd zoals pijnstillers, kniebraces, injecties of zelfs een artroscopie (kijkoperatie om de knie te spoelen), dan komt u niet in aanmerking voor een knieprothese.

Zijn er nog andere behandelingen voor artritis in de knie?

Fysiotherapie kan helpen en sorteert langdurig effect tegen symptomen, soms zelfs een jaar lang. Intapen of verbinden sorteert geen aantoonbaar effect.

Braces

Kniebraces zijn er in alle soorten en maten, van elastische bandages tot kostbare hightech kniebeugels. Tot nu toe is blijkt uit niets dat bandages of braces het verloop of ziekteproces van artrose beïnvloeden. Sommige patiënten zijn echter geholpen met braces.

Ontstekingsremmers en pijnstillers

  • Deze medicijnen zijn er in de vorm van tabletten, gels, zetpillen en zelfs injecties. Alle vertonen bijverschijnselen, waaronder het ontstaan van maagzweren.
  • Analgetica of pijnstillende tabletten verlichten de pijn. Haaienkraakbeentabletten (chondroitinesulfaat) zijn overal verkrijgbaar, zowel bij de drogist als via krantenadvertenties. Ze zijn veilig en mogelijk even effectief als ontstekingsremmers.

Knie-injecties

  • Gewrichtsinjecties. Steroïdeninjecties in het gewricht kunnen de symptomen van artrose verlichten. Er zijn echter risico’s verbonden aan deze behandeling. De naald kan de gewrichten infecteren (1 op 50.000) en er bestaat een theoretische kans op cataract, botafsterving en botverlies.
  • Tegenwoordig beschikt men over nieuwe stoffen die in gewrichten gespoten kunnen worden en waarvan wordt beweerd dat ze de symptomen van artrose verlichten. Medicijnen als hyaluronzuur (Hyalgan of Synvisc) zijn al jaren in de handel, maar redelijk nieuw op de Nederlandse markt. Het bewijs dat ze beter werken dan ontstekingsremmers is nog steeds niet geleverd, maar ze worden overal in Europa goed verkocht. Uit rapporten blijkt dat ze nauwelijks meer resultaat opleveren dan een placebo (injectie met bijvoorbeeld water).

       

Beschikbare operaties in geval van artrose in de knie

Veel chirurgen zullen ter behandeling van artrose aan de knie een artroscopie voorstellen. Met deze kijkoperatie kan de chirurg een kijkje nemen in de knie, zodat hij kan bepalen of een knieprothese in een later stadium gewenst is. Bij sommige onderzoeken blijkt dat het spoelen van de knie met een zoutwateroplossing met behulp van naalden even effectief als en minder belastend is dan een volledige artroscopie. Een artroscopie stelt de chirurg echter tevens in staat beschadigd kraakbeen te bekijken en te behandelen, losse fragmenten uit de knie te verwijderen en losse stukjes gewrichtsoppervlak bij te werken. Deze behandeling werkt in vele gevallen pijnverlichtend en daarom opteren chirurgen vrijwel altijd voor een artroscopie voor hun patiënten met artritis in de knie. Bij patiënten met reumatoïde artrose is dit tijdverspilling, evenals bij degenen met knieën die niet geheel recht staan (zoals bij x-benen) en mensen met een ernstige vorm van osteoartrose.

Reumatoïde artrose wordt gedefinieerd als een systemische aandoening die gekarakteriseerd wordt door ontstekingen in het zachte weefsel rond het gewricht.

Osteoartrose wordt gedefinieerd als een niet-inflammatoire degeneratieve aandoening aan de gewrichten, met name gewichtdragende gewrichten.

Voor artroscopie geldt meestal een dagopname, de patiënt mag dezelfde dag het ziekenhuis nog verlaten. De meeste mensen kunnen na twee weken weer lichte werkzaamheden opvatten. Patiënten die zware handarbeid verrichten mogen na 4 – 6 weken weer aan het werk.

Artroscopie is echter niet geheel zonder risico en niet iedereen heeft er baat bij. Over het algemeen zal 50 tot 80% van de patiënten met osteoartrose baat hebben bij een artroscopie. Zij lijden minder pijn, vooral ’s nachts. De pijnverlichting houdt ongeveer een jaar aan, maar kan ook langer voortduren. Ook bij patiënten met beschadigd of gescheurd kraakbeen zijn de resultaten van de operatie gewoonlijk goed. Sommige patiënten met ernstige pijnklachten behoeven na een artroscopie geen andere operaties te ondergaan.

Kraakbeentransplantatie

Kraakbeentransplantatie houdt in dat onbeschadigd kraakbeen uit niet aangetaste gedeelten van het kniegewricht worden overgebracht naar plaatsen waar dat nodig is. In voorkomende gevallen wordt voor deze ingreep ook kraakbeen van donors gebruikt (overledenen). Het biedt mogelijkheden voor de behandeling van artrose maar de behandeling is nog in een experimenteel stadium en resultaat is tot nu toe niet bewezen.

Osteotomie door de knie

Soms, in geval van o-benen (varus) of x-benen (valgus), belast de vervorming de knieën te veel, met artrose tot gevolg. Door middel van een operatie, osteotomie genaamd, kunnen de botten in de benen rechtgezet worden, zodat de knie recht komt te liggen. Ook deze operatie is controversieel, maar uiterst populair in Europa, waar men in ruim 80% van de gevallen grote successen boekt bij patiënten tot 15 jaar en zelfs bij heel jonge patiënten. In Engeland is de operatie minder populair, deels vanwege de complicaties van de operatie, waaronder beschadiging van de zenuwen en de kans dat de botten niet goed genezen of naar de verkeerde kant gaan staan. Daarbij komt dat een totale knievervangende operatie veel lastiger uit te voeren is na een verkeerd uitgevallen osteotomie.

Zoals hieronder wordt besproken kan dit evenwel een geschikte operatie zijn voor jonge mensen. Het resultaat kan lang aanhouden, zodat een totale knievervangende operatie kan worden uitgesteld.

Als bovengenoemde maatregelen de pijn van een kniegewricht met artrose niet afdoende bestrijden en het leven van de patiënt hierdoor negatief wordt beïnvloed, komt men in aanmerking voor een knieprothese.

Knieprothese

Met de huidige materialen en verbeterde technieken en antibiotica is een totale knievervangende operatie tegenwoordig de beste behandeling bij osteoartrose in een vergevorderd stadium of reumatoïde artritis. De operatie wordt steeds vaker uitgevoerd, hoewel er nog steeds behoudend wordt gedacht over knieprotheses voor jonge mensen (60 jaar), aangezien er weinig bekend is over de resultaten op langere termijn, tussen de 10 en 15 jaar, waarna veel patiënten klagen over pijn en een verminderde functie.

Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de levensduur van de bekende implantaten, waarbij wordt bevestigd dat de procedure goede resultaten biedt op lange termijn bij oudere leeftijdgroepen, zijn pijn en functie meestal niet onderzocht.

Wat is een knieprothese?

Uw chirurg heeft de keuze uit vele verschillende soorten knieprotheses.

De vroegste knieprotheses waren niet meer dan eenvoudige scharnieren. Een natuurlijke knie roteert niet alleen, maar kan ook buigen, zodat de vroege modellen niet goed functioneerden. De meeste moderne modellen vervangen alleen het oppervlak van het gewricht en zijn niet voorzien van scharnieren. Ze zijn afhankelijk van de eigen, bestaande kniebanden om de knie stabiel te houden. Als ook de kniebanden beschadigd zijn, zijn er andere opties, waarbij gestabiliseerde componenten worden gebruikt die de functie van de kniebanden reproduceren.

Bij knieprotheses bestaat het risico dat het plastic oppervlak van de knieprothese slijtage gaat vertonen. Om dit risico te beperken en de volledige bewegingsfunctie te behouden, zijn sommige knieprotheses voorzien van een mobiele kunstmeniscus.

Veel van de modellen van tien jaar geleden zijn inmiddels achterhaald door nieuwe knieprotheses, waarvan wordt verondersteld dat ze beter zijn. Er zijn derhalve weinig protheses waarvan de resultaten over een periode langer dan 10 jaar bekend zijn. We zullen nog een paar jaar moeten wachten om te weten wat de uiteindelijke resultaten daarvan zijn.

Cement

De verschillende onderdelen van een knieprothese kunnen gecementeerd worden aan de boteinden of verankerd worden zonder cement (ongecementeerd). De meeste chirurgen geven de voorkeur aan cement voor beide delen van de prothese, aangezien het weinig problemen geeft en uit onderzoek is gebleken dat het cementeren van het tibiaal component betere resultaten oplevert. Sommige chirurgen gebruiken cement voor de ene helft en niet voor de andere, terwijl anderen geen van beide componenten cementeren.

Knieschijf

Het is mogelijk de achterkant van de knieschijf te vervangen. Sommige chirurgen doen dit in vrijwel alle gevallen, sommigen doen het zelden en anderen doen het als de knieschijf ernstig versleten is. Het wordt algemeen aangenomen dat zich minder pijnverschijnselen voordoen als de knieschijf wordt vervangen. Toch zijn er risico’s aan verbonden. De kans dat de knieschijf na de operatie, breekt, is groter en ook bestaat de kans dat het plastic in de knieschijf niet het gewenste effect sorteert. Ook hier geldt dat er te weinig onderzoeksgegevens bekend zijn om te bewijzen of uw knieschijf al dan niet vervangen dient te worden en de uitkomst is hoe dan ook niet te voorspellen. Als het oppervlak van de knieschijf vervangen is, wordt de kans op pijn na de operatie kleiner, maar als het niet het gewenste resultaat sorteert, is de kans op een tweede operatie groter. Indien de knieschijf niet wordt vervangen is de kans op een tweede operatie weer groter omdat de pijn na de operatie mogelijk aanhoudt.

       

Banden behouden of niet

Een normale knie wordt op zijn plaats gehouden door spieren, pezen en banden. Bij sommige knieprotheses is het noodzakelijk enkele banden door te snijden, terwijl andere modellen juist zo zijn ontworpen dat ze gebruikmaken van de bestaande banden. Het is nog steeds niet met zekerheid te stellen welke optie de beste is.

       

 

Knie
Afwijkingen-aandoeningen   
Diagnose   
Behandelingsmogelijkheden   
Totale gewrichtsvervanging   
Knievervanging   
Voor uw operatie   
Na uw operatie   


Sitemap
Terms of access
Privacy Policy
© Stryker, 2010